Wie zijn wij?

Hoe is Stichting Obed ontstaan?

In het voorjaar van 2014 wordt Stichting Obed in het leven geroepen door Danny en Rianne Kommer, vanuit een diep verlangen om de liefde van Jezus zichtbaar en tastbaar te maken voor mensen in nood. In een aantal voorafgaande jaren waarin zij zich voorbereiden op een eventuele uitzending groeit steeds meer de overtuiging dat zij geroepen worden naar Roemenië en in het bijzonder naar de achtergelaten kinderen. In december 2011 zijn Danny en Rianne Kommer, in een kindertehuis in Roemenië. Daar worden ze geconfronteerd met achtergelaten (veelal Roma) kinderen. Hoewel er in de meest basale fysieke nood van deze kinderen wordt voorzien,komen deze kinderen veel tekort op sociaal, emotioneel en psychisch gebied en worden zij onvoldoende gestimuleerd in hun ontwikkeling. Hierdoor is bij deze kinderen in de leeftijd van nul tot zes jaar al een duidelijke achterstand op alle leefgebieden te constateren.

In de bijbel lezen we op verschillende plaatsen over de bewogenheid die Jezus had voor armen, weduwen en wezen. Daarbij klinkt ook de oproep om een vader (of moeder) te zijn voor de wezen. Vandaar dat bij Danny en Rianne de roeping ontstaat een gezinshuis te starten voor deze achtergelaten kinderen. Zij beschikken over relevante diploma’s en ervaring op het gebied van pedagogiek en verpleging, aangevuld met trainingen van de internationale organisatie YWAM (Youth With A Mission) op het gebied van zending en evangelisatie, en besluiten om in het voorjaar van 2014 naar Roemenië te vertrekken met het uiteindelijke doel daar een gezinshuis te starten voor kinderen waarvoor de ouders niet in staat of niet bereid zijn zelf zorg te dragen.

Stichting Obed is opgericht om dit werk mede mogelijk te maken. Voor de stichting wordt de naam “Obed” gekozen die “dienende en helpende” betekent. In de eerste plaats omdat zij met dit werk de Heer willen dienen. Maar ook omdat het hun positie ten opzichte van de Roemeense bevolking aangeeft, hun houding is er een van dienen en dienstbaar zijn

Roemenië en haar kinderen

Roemenië, het is een mooi land. Een land met een verrassende culturele rijkdom. Zo siert het zich met kloosters, kastelen en historische stadjes. De Roemenen staan bekend om hun gastvrijheid en vooral op het platteland is dit duidelijk terug te zien, bij een bezoekje bij mensen thuis word je hartelijk verwelkomd met eten en drinken. Naast deze culturele rijkdom en warme gastvrijheid heeft Roemenië een prachtige afwisselende ongerepte natuur. Zo loopt het hooggebergte ‘de Karpaten’ dwars door het land heen. Naast deze hoogvlakte zijn er ook zandstranden, bossen en uitgestrekte vlaktes te vinden.

Roemenië, het is ook het land van tegenstellingen. Er wordt rondgereden in de meest luxe auto’s, en toch blijft paard en wagen een bekend straatbeeld. Enorme orthodoxe kerken worden door het hele land gebouwd met al hun rijkdom, pracht en praal en tegelijkertijd zijn er duizenden mensen die met hun gezinnen wonen in hutjes van klei of soms hout en plastic, een deel van hen zonder elektriciteit en zonder stromend water. In Roemenië wordt de dag van het kind op 1 juni landelijk groots gevierd, de kinderen staan volop in het middelpunt, en daarnaast zijn er duizenden kinderen die wonen in staatsweeshuizen. In een Roemeens artikel (april 2012) worden deze kinderen omschreven als ‘kinderen verlaten door hun ouders en verwaarloosd door de staat’.

Het is waar, sinds de val van het communisme in 1989 is Roemenië volop in ontwikkeling. Zo hebben velen van ons de beelden gezien en de verhalen gehoord van de afschuwelijke omstandigheden waarin een groot deel van de Roemeense kinderen zich bevonden die gedurende de regeringstijd van de dictator Ceausescu in weeshuizen leefden. Na de val van Ceausescu is er veel aandacht voor deze kinderen geweest in het nieuws. En gelukkig(!) is er sinds 1989 en na de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie in 2007, al veel veranderd in het jeugdzorgsysteem in Roemenië.

Maar ondanks deze positieve ontwikkelingen leven vandaag de dag nog een groot aantal achtergelaten kinderen in Roemenië. Baby’s en kinderen worden achtergelaten in ziekenhuizen of bij de kinderbescherming omdat de ouders niet meer voor hen kunnen of willen zorgen.

Veel van deze achtergelaten baby’s, kinderen en tieners zijn terecht gekomen in het kinderbescherming systeem in Roemenië en wonen bij tijdelijke pleegmoeders (de baby’s), bij pleegouders of in het zogenoemde ‘centre de plasament’. Voor ons zijn deze centra het best te vergelijken met staatsweeshuizen. Het woord ‘wees’ klopt hierin in de meeste gevallen niet want veel kinderen hebben één of beide ouders nog in leven.

Bijna 25.000 kinderen wonen in zo’n ‘centre de plasament’ (2015). Veel van deze kinderen leven in omstandigheden die je geen mens zou gunnen. Zo is de staat van de gebouwen in de meeste gevallen zeer verouderd, de persoonlijke hygiëne en de stimulans in de ontwikkeling van de kinderen is ver onder niveau vanwege het gebrek aan personeel, faciliteiten en producten. Ondervoeding is een veelvoorkomend probleem in deze centra. Isolatie wordt als strafmiddel gebruikt en in feite tellen deze kinderen sociaal gezien niet meer mee. In verschillende van deze ‘centre de plasament’ waar geen onafhankelijk mechanisme is om de naleving van mensenrechten te controleren, zijn er vreselijke gevallen van misbruik aan het licht gekomen. En juist voor deze kinderen is er moeilijke toegang tot de justitie, wie hoort hun stem? Wie neemt het voor hen op? Het gevolg hiervan is dat er situaties bekend zijn van jarenlang misbruik bij kinderen die opgroeien in deze instituties. Met name de kinderen met een verstandelijke of lichamelijke handicap zijn een zeer kwetsbare groep. Dit is de situatie van duizenden Roemeense kinderen vandaag de dag, kinderen die opgroeien in het systeem van de Roemeense kinderbescherming.

Veel van deze kinderen hebben geen eigen bed, ze hebben geen mama maar een verzorger die hen wekt in de ochtend. Er zijn geen ogen die naar hen kijken vol liefde en verwondering, geen trotse ouders die met hun fototoestel klaar staan als de eerste stapjes worden gezet, geen veilige vader en moederarmen die hen troosten als ze verdrietig zijn.

Juist naar deze kinderen gaat ons hart uit!

Hoe kan het toch dat er zoveel kinderen, tot op vandaag de dag in Roemenië worden achtergelaten door hun ouders? Wat bezielt ouders die ervoor kiezen om hun kind bewust achter te laten? Een logische vraag die in ons opkomt.

De meeste achtergelaten kinderen komen uit Roma gezinnen. Er wonen naar schatting zo’n 2,5 miljoen Roma in Roemenië. Veel van deze Roma worden door de samenleving met de nek aangekeken, ze worden uitgesloten en de bevolking wil niet investeren in hen of met hen omgaan omdat zij al generaties lang een slechte naam hebben. Op scholen worden zij apart gezet van andere kinderen en krijgen ze weinig of geen begeleiding. Er zijn dan ook veel kinderen die de school al jong verlaten. Dit betekent tegelijkertijd dat zij geen kans hebben op een verder opleiding of een behoorlijk inkomen. Het gevolg is dat veel volwassenen alle hoop op een beter leven voor henzelf of hun kinderen verloren hebben.

De Roma gezinnen leven onder zeer armoedige omstandigheden. De meeste gezinnen hebben op zijn minst vier en in veel gevallen meer dan vier kinderen. In de Roma cultuur komt het vaak voor dat meisjes op de leeftijd van vijftien jaar trouwen en vervolgens zwanger worden. Mede door de armoede wordt er geen gebruik gemaakt van voorbehoedsmiddelen. De ouders zijn niet in staat zorg te dragen voor hun kinderen vanwege slechte huisvesting en een gebrek aan eten en drinken. Veel ouders hebben dan ook het idee dat ze hun kind een betere kans geven en dat hun kinderen beter af in het ziekenhuis/ weeshuis, waar ze een dak boven hun hoofd hebben en eten en drinken krijgen.

Dit gebrek aan vertrouwen in en hoop op een betere toekomst voor hun kinderen die al generaties lang speelt, vraagt dan ook om een lange termijn en een diepte investering. Door kinderen uit deze cultuur een liefdevolle opvoeding te bieden kan de hopeloosheid doorbroken worden. Ze zullen ervaren dat ze geliefd en de moeite waard zijn, mogelijkheden en kwaliteiten hebben en kunnen zo verschil maken in hun eigen leven en in dat van hun volksgenoten.

In projecten die al langere tijd lopen beginnen zich nu de resultaten dan ook af te tekenen. Een voorbeeld van zo’n project is “Caminul Felix”. Deze organisatie heeft inmiddels een generatie kinderen een thuis geboden in verschillende familiehuizen in de stad Oradea (deze stad ligt aan de grens Roemenië -Hongarije). De eerste generatie kinderen zijn inmiddels opgegroeid en sommigen van hen hebben nu hun eigen gezinnetje.